De winnaars van inclusief onderwijs

De winnaars van inclusief onderwijs

Leraars en ouders van kinderen die inclusief onderwijs volgen wachten nagelbijtend af: op welke manier zal het nieuwe begeleidingsdecreet verschillen van het M-decreet? Akkoord, dat decreet heeft niet geleid heeft tot kwalitatief inclusief onderwijs en is aan grondige hervorming toe. Vorig jaar schreef ik mijn frustratie van me af in een stuk dat ik de titel ‘De slachtoffers van het M-decreet’ gaf. Ik was net mijn vijfde leerling van dat schooljaar verloren. Dat is in de realiteit bijna even dramatisch als het klinkt: vorig schooljaar zijn er vijf leerlingen in mijn klas terechtgekomen die door een gedrag- of leerprobleem aangepast onderwijs nodig hadden en aan wie we dat niet konden geven. Ik geloof dat mijn school alles gedaan heeft om hen dat te bieden, maar de vele vergaderingen, procedures en verslagen hebben het niet mogen baten. De manier waarop expertise en aangepaste begeleiding gebundeld worden in externe ondersteuningscentra, werkt niet.

Ik heb niets gedaan met de tekst die ik toen schreef. Ten eerste omdat het bijzonder bitter en weinig constructief was. Ik wil geen enkele CLB-medewerker of ondersteuner kwetsen, velen onder hen weten ook niet meer wat mag en wat niet. Ten tweede omdat ik niet wou overkomen als een criticaster van inclusief onderwijs. Mensen die me kennen, weten dat ik al tijdens mijn vrijwilligerswerk op het speelplein de grootste inclusiefan ben. Simpel gezegd is inclusie op school: excellent onderwijs voor iedereen, ongeacht de achtergrond of noden van een kind. Het is dus geen holle slogan over hoe iedereen gelijk en welkom is, het is een investering van expertise en middelen met als doel een volwaardige participatie van de meest kwetsbare mensen in onze samenleving.

Ooit werd co-teaching uitgevonden als methode voor inclusief onderwijs. Een leraar geeft les samen met een expert in leerproblemen, zoals een logopedist, een zorgondersteuner, een leerlingbegeleider of een leerkracht buitengewoon onderwijs. Bovendien organiseren veel Vlaamse en Brusselse scholen hun lessen tegenwoordig via teamteaching, door twee of meerdere reguliere leerkrachten samen te laten lesgeven. Ik doe het zelf al vier jaar en ervaar elke dag hoe we daardoor de brede basiszorg en verhoogde zorg gerichter kunnen bieden. Vorige week bezochten drie leerkrachten uit Montréal, Canada ons land om in Brussel en Luik scholen te bezoeken waar men teamteacht. Je mag die informatie even goed opnemen: blijkbaar ziet men België als een gidsland op dat vlak, het Finland van co-teaching. We bezochten samen klassen van een lagere en secundaire school, praatten met de leerkrachten en directies en hoorden een moeder van een jongen met specifieke noden. Co-teachen en teamteachen kan ingezet worden voor sterk inclusief onderwijs, maar wel onder deze voorwaarden:

  1. Men moet voldoende toegang hebben tot expertise en het liefst van al maakt een expert deel uit van het team. Vandaag werken de experten bij ondersteunings-netwerken die de leerkrachten tips kunnen geven, maar de samenwerking moet veel intensiever en op maat van het kind en de concrete leerstof. De expert moet een kind volgen gedurende zijn schoolcarrière en hem begeleiden vanaf de eerste schooldag. Ik hoorde ooit van een blind meisje dat in en reguliere school maanden moest wachten op aangepast materiaal, niet omdat de school het niet wou aanbieden, maar omdat ze de expertise niet hadden en de procedure om ondersteuning aan te vragen, duurde lang. Als ik dit hoor, krijg ik kippenvel.
  2. De ondersteuning gebeurt op het niveau van de leerling. De expert draagt de verantwoordelijkheid de leerstof aan te passen aan de noden van het kind en begeleidt het kind intensief. Bovendien draagt in een ideale situatie de expert verantwoordelijkheid over de klas, samen met de leraar en ondersteunt hij bij algemeen klasmanagement en leren. Vandaag is de reguliere leerkracht eindverantwoordelijke voor zijn klas, inclusief alle leerlingen die een aangepaste didactiek nodig hebben. Niemand houdt dat vol.
  3. Ook leraars moeten begeleid worden en dat kan wanneer de expert en de leraar intensief samenwerken. Aanpassingen voor een leerling met een leerstoornis komen vaak de meerderheid van de klas ten goede. Zo heeft een kind met autisme nood aan structuur, wat geldt voor de meerderheid van kinderen en jongeren. De expert kan de leraar daarin begeleiden. Vandaag werken de ondersteuners vraaggestuurd en moet een leraar een zelf via kafkaiaanse procedures bewijzen dat het kind ondersteuning nodig heeft. Een leraar is niet opgeleid om zorgnoden te analyseren, laat staan duidelijk te formuleren waar het kind nood aan heeft. Hier komt de expertise van een ander aan te pas. Een noodkreet van een leraar (“Dit kind heeft hulp nodig die ik niet kan geven!”) zou voldoende moeten zijn om er meteen mee aan de slag te gaan.
  4. Ouders zijn volwaardige partners van het team en de samenwerking moet intens zijn. Zij kennen hun kind het beste en kunnen veel advies geven over wat hun zoon of dochter nodig heeft en wat hen kan motiveren. Geen enkele keuze kan gemaakt worden zonder hen daarbij te betrekken. Ouders die wel of niet voor inclusie kiezen, doen dat meestal vanuit een visie. We mogen hen niet zien als de lastposten die de beperkingen van hun kind niet zien, wel als mensen die de best mogelijke opvoeding willen.
  5. Inclusief onderwijs lukt alleen wanneer kinderen met noden volwaardig participeren in de klas. Het aangepaste onderwijs gebeurt dus niet tijdens een privé-sessie in een lokaaltje tijdens de speeltijd, het gebeurt in de klas, op de speelplaats, in de refter, op uitstap, …

En zo kennen we op school ook een aantal winnaars van inclusie. Toffe jongeren die schoollopen met een vaste begeleider, die deelnemen aan zo goed als alle lessen, met ouders die meer dan actief deelnemen aan het schoolgebeuren en waar er eentje binnenkort van afstudeert. Net zoals er niets pijnlijker is als een leerling niet kunnen helpen, zo iets er niets mooier dan een jongere zien schitteren. Jammer genoeg zijn deze jongeren winnaars dankzij de ouders en de leerkrachten, die zich meer dan 100% inzetten. Zij verdienen meer steun en ja, dat kan alleen met meer middelen.