Gezocht: innovatieve leraar

Het grote lerarentekort is een pittige uitdaging voor veel scholen. Collega’s vallen uit en een vervanger voor hen zoeken is een lastige zaak. Soms weten directeurs dat een leerkracht onvoldoende presteert, maar is het niet aan de orde een gesprek aan te gaan over een verbetertraject, want zijn functie is een knelpuntberoep. Het motto lijkt: “Eender wie is goed genoeg!”

Ik denk dat het anders kan. Ik werd geïnspireerd door twee afleveringen van Buiten De Krijtlijnen: Teach For Belgium biedt een coachingstraject aan voor nieuwe leerkrachten die zich inzetten om ongelijkheid weg te werken in grootstedelijke scholen. Stroom is een van de nieuwe scholen in Vlaanderen die met een vers lerarenkorps en een innovatief pedagogisch project startte. Beiden vragen veel van hun leerkrachten en deelnemers: hard werk, reflectief vermogen, flexibiliteit en duidelijke visie. Beiden hebben een strenge selectieprocedure en moeten steeds kandidaten weigeren. 

Misschien moeten we anders communiceren. Niet: ‘Het maakt niet uit wie je bent of wat je kan, als je ons maar uit de nood helpt!’, maar: 

Wie zoeken we?

  • iemand met veerkracht en flexibiliteit. Wij startten met een innovatieve aanpak omdat we merkten dat onze didactiek niet voldeed om ons publiek aan het leren te zetten. Maar geen enkele methode is perfect en we zijn nog intensief aan het zoeken. Dat betekent dat wij op het laatste moment iets aanpassen, vaak vallen en weer opstaan en elkaar wijzen op fouten – net zoals we elkaar steunen en opvangen.
  • een samenwerker, iemand die open en direct communiceert.
  • een collega die wil bijleren, die niet bang is om feedback te geven of te ontvangen en zichzelf voortdurend in vraag te stellen.
  • iemand die het gewoon is om met grote groepen te werken en stevig in zijn / haar schoenen staat. Onze leerlingen zullen er wel voor zorgen dat het lesgeven nooit vanzelfsprekend wordt.

Wat bieden we?

  • je maakt deel uit van een team dat voortdurend reflecteert over haar onderwijs en elkaar steunt en begeleidt.
  • een innovatief schoolklimaat.
  • een leerschool over effectief onderwijs. 

Dit wordt geen gemakkelijke manier om een extra centje te verdienen. Dit wordt een leertraject. We verwachten dan ook een stevige inzet, maar onze leerlingen verdienen niets minder.

De winnaars van inclusief onderwijs

De winnaars van inclusief onderwijs

Leraars en ouders van kinderen die inclusief onderwijs volgen wachten nagelbijtend af: op welke manier zal het nieuwe begeleidingsdecreet verschillen van het M-decreet? Akkoord, dat decreet heeft niet geleid heeft tot kwalitatief inclusief onderwijs en is aan grondige hervorming toe. Vorig jaar schreef ik mijn frustratie van me af in een stuk dat ik de titel ‘De slachtoffers van het M-decreet’ gaf. Ik was net mijn vijfde leerling van dat schooljaar verloren. Dat is in de realiteit bijna even dramatisch als het klinkt: vorig schooljaar zijn er vijf leerlingen in mijn klas terechtgekomen die door een gedrag- of leerprobleem aangepast onderwijs nodig hadden en aan wie we dat niet konden geven. Ik geloof dat mijn school alles gedaan heeft om hen dat te bieden, maar de vele vergaderingen, procedures en verslagen hebben het niet mogen baten. De manier waarop expertise en aangepaste begeleiding gebundeld worden in externe ondersteuningscentra, werkt niet.

Ik heb niets gedaan met de tekst die ik toen schreef. Ten eerste omdat het bijzonder bitter en weinig constructief was. Ik wil geen enkele CLB-medewerker of ondersteuner kwetsen, velen onder hen weten ook niet meer wat mag en wat niet. Ten tweede omdat ik niet wou overkomen als een criticaster van inclusief onderwijs. Mensen die me kennen, weten dat ik al tijdens mijn vrijwilligerswerk op het speelplein de grootste inclusiefan ben. Simpel gezegd is inclusie op school: excellent onderwijs voor iedereen, ongeacht de achtergrond of noden van een kind. Het is dus geen holle slogan over hoe iedereen gelijk en welkom is, het is een investering van expertise en middelen met als doel een volwaardige participatie van de meest kwetsbare mensen in onze samenleving.

Ooit werd co-teaching uitgevonden als methode voor inclusief onderwijs. Een leraar geeft les samen met een expert in leerproblemen, zoals een logopedist, een zorgondersteuner, een leerlingbegeleider of een leerkracht buitengewoon onderwijs. Bovendien organiseren veel Vlaamse en Brusselse scholen hun lessen tegenwoordig via teamteaching, door twee of meerdere reguliere leerkrachten samen te laten lesgeven. Ik doe het zelf al vier jaar en ervaar elke dag hoe we daardoor de brede basiszorg en verhoogde zorg gerichter kunnen bieden. Vorige week bezochten drie leerkrachten uit Montréal, Canada ons land om in Brussel en Luik scholen te bezoeken waar men teamteacht. Je mag die informatie even goed opnemen: blijkbaar ziet men België als een gidsland op dat vlak, het Finland van co-teaching. We bezochten samen klassen van een lagere en secundaire school, praatten met de leerkrachten en directies en hoorden een moeder van een jongen met specifieke noden. Co-teachen en teamteachen kan ingezet worden voor sterk inclusief onderwijs, maar wel onder deze voorwaarden:

  1. Men moet voldoende toegang hebben tot expertise en het liefst van al maakt een expert deel uit van het team. Vandaag werken de experten bij ondersteunings-netwerken die de leerkrachten tips kunnen geven, maar de samenwerking moet veel intensiever en op maat van het kind en de concrete leerstof. De expert moet een kind volgen gedurende zijn schoolcarrière en hem begeleiden vanaf de eerste schooldag. Ik hoorde ooit van een blind meisje dat in en reguliere school maanden moest wachten op aangepast materiaal, niet omdat de school het niet wou aanbieden, maar omdat ze de expertise niet hadden en de procedure om ondersteuning aan te vragen, duurde lang. Als ik dit hoor, krijg ik kippenvel.
  2. De ondersteuning gebeurt op het niveau van de leerling. De expert draagt de verantwoordelijkheid de leerstof aan te passen aan de noden van het kind en begeleidt het kind intensief. Bovendien draagt in een ideale situatie de expert verantwoordelijkheid over de klas, samen met de leraar en ondersteunt hij bij algemeen klasmanagement en leren. Vandaag is de reguliere leerkracht eindverantwoordelijke voor zijn klas, inclusief alle leerlingen die een aangepaste didactiek nodig hebben. Niemand houdt dat vol.
  3. Ook leraars moeten begeleid worden en dat kan wanneer de expert en de leraar intensief samenwerken. Aanpassingen voor een leerling met een leerstoornis komen vaak de meerderheid van de klas ten goede. Zo heeft een kind met autisme nood aan structuur, wat geldt voor de meerderheid van kinderen en jongeren. De expert kan de leraar daarin begeleiden. Vandaag werken de ondersteuners vraaggestuurd en moet een leraar een zelf via kafkaiaanse procedures bewijzen dat het kind ondersteuning nodig heeft. Een leraar is niet opgeleid om zorgnoden te analyseren, laat staan duidelijk te formuleren waar het kind nood aan heeft. Hier komt de expertise van een ander aan te pas. Een noodkreet van een leraar (“Dit kind heeft hulp nodig die ik niet kan geven!”) zou voldoende moeten zijn om er meteen mee aan de slag te gaan.
  4. Ouders zijn volwaardige partners van het team en de samenwerking moet intens zijn. Zij kennen hun kind het beste en kunnen veel advies geven over wat hun zoon of dochter nodig heeft en wat hen kan motiveren. Geen enkele keuze kan gemaakt worden zonder hen daarbij te betrekken. Ouders die wel of niet voor inclusie kiezen, doen dat meestal vanuit een visie. We mogen hen niet zien als de lastposten die de beperkingen van hun kind niet zien, wel als mensen die de best mogelijke opvoeding willen.
  5. Inclusief onderwijs lukt alleen wanneer kinderen met noden volwaardig participeren in de klas. Het aangepaste onderwijs gebeurt dus niet tijdens een privé-sessie in een lokaaltje tijdens de speeltijd, het gebeurt in de klas, op de speelplaats, in de refter, op uitstap, …

En zo kennen we op school ook een aantal winnaars van inclusie. Toffe jongeren die schoollopen met een vaste begeleider, die deelnemen aan zo goed als alle lessen, met ouders die meer dan actief deelnemen aan het schoolgebeuren en waar er eentje binnenkort van afstudeert. Net zoals er niets pijnlijker is als een leerling niet kunnen helpen, zo iets er niets mooier dan een jongere zien schitteren. Jammer genoeg zijn deze jongeren winnaars dankzij de ouders en de leerkrachten, die zich meer dan 100% inzetten. Zij verdienen meer steun en ja, dat kan alleen met meer middelen.

Verslaafd aan de “why”.

Verslaafd aan de “why”

Eerst de ‘WHY’, daarna pas de ‘HOW’, hoor je op elke workshop over veranderprocessen. Akkoord, al is een krachtige waarschuwing van Tjip de Jong me bijgebleven. We zijn verslaafd aan visieontwikkeling, actieplanning en procesbeschrijving. 

Ik zeg niet dat visie onbelangrijk is. Meer nog, teamteaching is nooit een doel, altijd een methode om een doel te bereiken. Het is belangrijk dat doel scherp te stellen om de resultaten te kunnen evalueren. Maar daarna gaat een even belangrijk proces van start, dat we soms onder de mat vegen als ‘minder belangrijk, want praktisch’: hoe gaan we dat verwezenlijken?

Ik ben er meer en meer van overtuigd dat je niet kan teamteachen zonder randvoorwaarden: tijd voor kennismaking, een feedbackcultuur tussen de teamteachers, een gedragen verdeling van verantwoordelijkheden, concrete afspraken en klasregels, een groot klaslokaal, middelen om in de infrastructuur te investeren, flexibiliteit in lessenroosters voor evaluatie, schroevendraaiers om kasten in elkaar vijzen en een lamineertoestel voor stappenplannen, … Een algemeen schoolbeleid en -team dat het co-teaching steunt, dus.

Ik bezocht gisteren een lagere school in Anderlecht waar de teamteachers twee schooljaren hadden gekregen om te lezen, te leren, te overleggen en andere scholen te bezoeken. Het resultaat was niet alleen een visietekst, maar evenzeer een kant-en-klaar klaslokaal waar meer dan 30 kinderen rustig kunnen leren, aangepaste meubels, een differentiatie- en verbetersysteem en didactisch materiaal met duidelijke instructies voor de leerlingen.

Dus collega’s: wie van z’n directeur hoort dat hij volgend jaar zal teamteachen binnen een revolutionair nieuwe structuur, met alleen een visietekst als ondersteuning: denk twee keer na voor je het doet. En eis tijd voor de HOE

Motivational speech voor de onderwijsvernieuwer.

Motivational speech voor de onderwijsvernieuwer.

Liefste onderwijsvernieuwer

Ik hoorde dat jij laatst zag dat de kwaliteit van het onderwijs niet toereikend is voor het publiek dat vandaag voor je zit en dat je besliste te vernieuwen. Daar doe ik mijn petje voor af. Ik ga ervan uit dat je je informeerde over wat werkt. Maar tussen de wetenschap en de praktijk gaapt een ravijntje en niet iedereen durft de sprong te wagen.

Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik ben vandaag een beetje moe. Ik had er niet bij stilgestaan hoe vermoeiend de rol van de vernieuwer is. Voel jij dat ook? Hoe die tegenwind het soms lastig maakt om jezelf staande te houden? Deze blog is geen pleidooi voor of tegen een bepaalde methode. Dit is een hart onder de riem voor alle innovatieve zielen out there.

“Ge moet niet veranderen om te veranderen.” Een dooddoener waarmee alle vernieuwing wordt afgeremd. Ik begrijp die zin niet goed. Hoogst uitzonderlijk besliste iemand zijn tere schouders onder een loodzwaar en nieuw project te zetten – gewoon, om te veranderen. Niet vaak had iemand zin om het gezicht van een beweging te worden en het risico te lopen zwaar gezichtsverlies te lijden bij de minste mislukking – gewoon, om te veranderen. Nooit nam een leerkracht zijn agenda en schrapte manueel alle vrije momenten voor het komende jaar – gewoon, om te veranderen.

Jij wilde vernieuwen, omdat je zag dat het moest. Je besliste de last te dragen, het werk te leveren en de sprong te wagen. En daarmee werd je die hoge boom en krijg je veel wind.

Weet dat wat je doet moed vergt. De toekomst van kinderen en jongeren ligt in je handen. Je wist op voorhand niet of de vernieuwing ging slagen, maar je sprong. Maar ook al weet iedereen dat geen enkele onderwijsmethode foutloos is, deze methode mag niet falen. Elk werkpunt wordt met een vergrootglas bekeken en bediscussieerd. Elke kink in de kabel is een reden om alles af te schaffen.

Da’s een zware dobber. Jij ziet als eerste wat misloopt. Maar net wanneer je je door die teleurstelling heen probeert staande te houden, net dan blaast de tegenwind het hardst. Kijk, wanneer in het ‘klassieke onderwijs’ leerlingen afhaken, dan steken we dat op hen. Ze passen er niet in, ze kunnen het niet aan. Wanneer in jouw klas een leerling lijkt uit te vallen, steken we dat op de innovatie.

Dus, vernieuwer, zorg goed voor jezelf. Het klopt inderdaad dat bomen die lichtjes meebuigen met de wind minder snel breken. Empathisch luisteren naar kritiek is een belangrijke tool in elke verandering. Maar daar gaat het nu even niet over. Want wie zorgt er voor jou nadat jij hebt gebogen om niet te breken? Kom dus thuis en schenk jezelf een goed glas wijn in (of wat voor jou gelijkstaat aan zelfverwennerij) en lees de volgende zin heel goed:

Jij bent de onderwijsvernieuwer, jij zag het probleem, jij zag een oplossing, jij schraapte je moed bijeen en je sprong. Jij zal dat opnieuw doen, als dat nodig is. Jij, niet de tegenwind.

Smakelijk Leren

Een vriend schreef me ooit: “Hoge bomen vangen veel wind, maar ook veel bewondering.” Dat is een van de schoonste dingen dat ik ooit hoorde, maar dat valt niet onder te brengen in een mooi geschreven citaat. Dus hou ik het hierbij

* In deze blog maak ik het onbestaande onderscheid tussen klassiek en innovatief onderwijs. Onterecht, maar we begrijpen elkaar in stereotypen, nee? Ik gebruik onderwijsinnovatie in volgende betekenis: ‘Doelgericht aanbrengen van verbeteringen in het onderwijs, met als doel de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren.’ (Buijsert, R.)

P.S. Neem deel aan de Intervisie voor Onderwijsvernieuwers. Hier vind je meer informatie.

MIJN GEDACHT. Komen leren!

Mijn collega co-teachers en ik hebben een drukke maand achter de kiezen. Nogal vaak vragen leerkrachten van andere scholen ons of ze een bezoekje mogen brengen aan onze FLEX-klas. We bundelen die in openklasdagen, waarop we uitleggen wat onze visie is en hoe we te werk zijn gegaan. Daarna brengen we een bezoekje aan de klas en geven onze ketten rondleidingen. Dat vraagt voor ons wel wat werk, maar we worden daar zelf sterker van.

Kijk, wij vinden niet van onszelf dat wij het warm water hebben uitgevonden en nu perfect onderwijs aanbieden. Maar we zijn wel trots op de weg die we al afgelegd hebben. Wanneer we de Talentoolbox van Luk Dewulf gebruiken in ons team, kom ik er steeds op uit dat ik een zichtbare presteerder ben. Ik hou ervan dat mijn daden gezien en erkend worden. In onze bescheiden, Vlaamse samenleving – meer nog, in het beroep van de leerkracht, die de leerling doet shinen en zelf in de schaduw blijft – staat zoiets niet zo positief aangeschreven. Toch zou ik leerkrachten en scholen willen aanmoedigen meer zichtbaar te presteren. Ga op zoek naar waar jouw school in uitblinkt en smeer daar nog wat extra schoensmeer op. Of je nu een groene speelplaats hebt gebouwd te midden van grijze gebouwen, muren tussen klassen hebt gesloopt of gewoon een ontzettend warm nest bent voor je leerlingen, elke school blinkt ergens in uit.

Nodig dan ouders, leerkrachten van andere scholen, gespecialiseerde media of onderwijs-specialisten uit op een openklasdag. Dit zijn de vijf voordelen die wij eruit halen:

  1. Stoefen over een project waar je trots op bent doet deugd.
  2. Je team wordt aangezet haar visie nog eens concreet en expliciet te verwoorden. Je kan nooit genoeg herhalen waarom je iets doet.
  3. Jezelf kwetsbaar opstellen en toegeven dat het proces best pittig was, maakt je toegankelijk. Het maakt de gesprekken echt.
  4. Je leerlingen horen uitleggen hoe zij werken, doet je blinken van trots. Je onderwijsvisie zit niet alleen in je hoofd, maar in de dagelijkse werkelijkheid. Jouw leerlingen zijn toch echt krakken!
  5. Je krijgt waardevolle feedback van boeiende mensen. Ze stellen je vragen die je jezelf nog niet had gesteld. Je leert op een niveau waar geen nascholing je ooit gebracht heeft.

Drie jaar geleden ontvingen de co-teachers van Coovi een team van T.A. Halle. Vorige week organiseerde Dagelijks Leren een intervisie in Halle. Mijn mond viel open. Die school heeft zoveel verwezenlijkt op zo’n korte tijd! Ik was iets te vroeg en moest even in de leraarskamer wachten. De directeur en het schoolteam waren nog even een schoolbezoek van een ander leerkrachtenteam aan het afwerken.

En zo leren we dagelijks. Niet alleen van experten, maar van onszelf en van elkaar.

Smakelijk leren!

Processed with VSCO with preset

P.S.: mijn brein slaat op hol wanneer ik te veel inspiratie krijg. Ik wil graag, naar analogie van de Klasse-reeks ‘Komen Leren’ een onderwijstoer organiseren. Per regio zouden we een tiental scholen selecteren die maandelijks bij elkaar komen leren. Ik ondersteun de scholen om een openklasdag te organiseren en modereer de leergesprekken achteraf.

Wat vind je van dit plan? Laat het even weten in de comments hieronder. Ben je nu al verkocht en wil je je school inschrijven, stuur me een berichtje op lisa@dagelijksleren.be en misschien komen we volgend schooljaar wel bij jou leren.

MIJN GEDACHT. 36 seconden.

Van de grond tot aan de dertiende verdieping doet de lift in de Coovi-toren er exact 36 seconden over. Ik hoor mijn collega's er geregeld over klagen: liften doen wel vaker niet wat je van hen verlangt, zeker niet tijdens spitsuren. V. en ik zagen er een kans in om met onze leerlingen te oefenen op de elevator pitch. En die 36 seconden leerden me veel.

Een pitch is een ultra-korte presentatie van jezelf. Het idee is even simpel, als boeiend. Wat als de baas van je droombedrijf, een potentiële nieuwe klant of een meer alledaagse held bij jou in de lift stapt, dan heb je x aantal verdiepen om jezelf voor te stellen op zo'n manier dat je liftgenoot geprikkeld is om meer te weten.

Pitchen is echt niet eenvoudig. Je moet er de kunst van het schrappen voor onder de knie krijgen. Ik nam onlangs deel aan een evenement waar verschillende ondernemers elk een minuut kregen om hun idee te pitchen. De eerste pitch duurde 20 minuten en rond 23u waren we nog niet halfweg. Woensdag breng ik mijn verhaal nogmaals op de Mystery on Stage. Ik bereid me daar vandaag op voor door mijn blad vol te schrijven en daarna alle overbodigheden weer te schrappen.

Kijk. Volwassenen horen zichzelf graag praten. Volwassenen die een platform krijgen om over zichzelf te babbelen, perk je best in.

De elevator pitch is ook een krachtige spreekoefening om met je leerlingen uit te voeren. Schrappen kan je niet vroeg genoeg leren en een boodschap beklijvend overbrengen is geen nutteloze vaardigheid in deze maatschappij. Tijdens de taaldag van onze school kropen we dan ook met een achttal pubers in die lift, om iedereen gedurende 36 seconden een platform te geven. Groot was onze verbazing dat het rond verdieping acht al stil werd.

Het is toch bijzonder frappant dat de gasten die tijdens de les geen minuut kunnen zwijgen, geen 36 seconden kunnen volpraten wanneer ze over zichzelf moeten spreken. Het brak mijn hart hoeveel jongeren het tijdens de voorbereiding al lastig hadden met de vraag: 'Waar ben je goed in?'.

Niks, mevrouw.

Wanneer ergens in hun opvoeding leerden ze dat? Dat de niks konden. Dat ze het platform van 36 seconden niet waard waren. Dat ze de hele dag door konden tetteren, behalve wanneer iemand echt luisterde?

Ik overdrijf wellicht. Het was een workshop met een groep jongeren en leerkrachten die elkaar niet goed kenden en voor zo'n groep spreken is altijd best spannend. Maar de les die ik eruit leer blijft plakken: met jongeren stilstaan bij waar ze goed in zijn en hen pushen dit luidop te zeggen is veel waard. Hopelijk worden ook zij allemaal volwassenen die maar niet kunnen zwijgen over zichzelf.

Smakelijk Leren

P.S. Je hebt nog tot zondag om in te schrijven voor de Mystery on Stage en kom op 20 maart in Hasselt luisteren naar 10 mensen met een boeiend onderwijsidee. Maar spreek ook, denk mee na en geniet ervan dat je jezelf nog's kan horen spreken 😉 .

 

MIJN GEDACHT. Klimaatspijbelaars.

In 2003 werd ik wakker met het radionieuws: de VS waren Irak binnengevallen. Op school vroeg ik elke leraar om daar uitleg over te geven. Zelfs de leraar geschiedenis kon op dat moment niet van het jaarplan afwijken. Ook wij hebben toen – op héél bescheiden schaal – een zitstaking gehouden op de speelplaats. We kregen er vooral veel oogrollen voor.

De klimaatspijbelaars van vandaag hebben duidelijk beter nagedacht over hun actie. Via de sociale media deed ik een mini-onderzoekje over hoe scholen hiermee omgaan. Hieronder mijn bescheiden bijdrage.

1. Sta het spijbelen niet toe

Wat de jongeren doen, is moedwillig de regels overtreden. Het is hun vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid. Dat feit op zich is een deel van het protest. Anuna De Wever zegt zelf dat dat de enige manier is om gehoord te worden (VRT NWS), dus pas er als school voor op dat je dit onderwerp niet van de jongeren kaapt. Jeroen Lauwers schreef er een boeiende column over (De Standaard).

“De taak van scholen is om jongeren te leren een autonoom wereldbeeld en waardenkader op te bouwen, en zelfstandig keuzes te maken en prioriteiten te leggen om de wereld beter te maken. Precies daarom, om de autonomie en het kritische denken, moeten scholen jongeren verbieden om te gaan betogen. Zo leren ze dat principiële acties van burgerlijke ongehoorzaamheid ook gepaard gaan met gevolgen en verantwoordelijkheid.”

Actie ondernemen en kritisch denken zijn een straffe blijk van burgerschap, dat verdient een serieus compliment. Toch moeten spijbelaars zelfstandig hun gemiste lessen inhalen en de strafmaatregelen krijgen die bij spijbelen horen. Leerlingen van een school in Leuven vroegen zelf om een sanctie, om profiteurs te ontmoedigen. Maar straf ook correct. Wees consequent met hoe je spijbelaars anders zou straffen.

Een bus aanleggen om met het hele leerlingen- en lerarenteam te betogen, lijkt mij geen goed plan. Geef les over klimaatsveranderingen en betoog op de klimaatmarsen op zaterdagen. Laat het spijbelen aan de jongeren over.

2. Ga in gesprek

Ik hoorde dat sommige leerlingen er van af kwamen door met een selfie te bewijzen dat ze op de klimaatmars aanwezig waren. Ik vind dat een gemiste kans. Ga echt in gesprek met de jongeren, sta hen toe te beargumenteren

  1. waarom ze het huidige klimaatbeleid ontoereikend vinden
  2. waarom ze spijbelen een goede actie vinden.

Stel kritische vragen. Op welke manier besparen ze zelf in het dagelijkse leven? Zoek samen naar oplossingen. Wat kan de school doen om beter naar hun noden te luisteren? Op die manier vermijd je de vraag van o.a. Rik Torfs: je mag voor het klimaat spijbelen, maar wie bepaalt voor welke onderwerpen je nog mag spijbelen? Mag je tegen migratie betogen tijdens schooluren? Mag je je stem laten horen tegen abortus?

Je mag nooit spijbelen. Maar als jongeren het dan toch doen, geef hen dan de kans het uit te leggen.

3. Wees creatief met straffen

Straffen heeft altijd als doel dat de gestrafte er iets uit leert. Deze creatieve straffen leken me wel gepast:

  • de leerlingen maken een presentatie over het klimaat voor hun klasgenoten
  • de leerlingen bedenken een plan van aanpak over hoe de school klimaatneutraal kan worden
  • de leerlingen schrijven een uitgebreid verslag of column voor een schoolkrant of website
  • de leerlingen bekijken een documentaire na de schooluren
  • de leerlingen schrijven een motivatiebrief, die ze op voorhand naar de directie sturen.

En enkele aandachtspunten:

  • betrek je lerarenteam, zodat je op één lijn te staat over hoe het spijbelen aangepakt wordt
  • laat je straf afhangen van de jongere die voor je zit: tonen ze echt engagement (vb. door in de namiddag terug op de schoolbanken te zitten), zijn dit jongeren die ook buiten de betogingen bezig zijn met het klimaat, kunnen ze genuanceerde argumenten geven, …?

Iets op aan te vullen?

Ik hoor het graag!

Smakelijk leren!

MIJN GEDACHT. De jeugd van tegenwoordig.

Een tijdje geleden smeet Stijn Meuris een GSM van een jongere door een theaterzaal en een knuppel in het hoenderhoek: men vroeg zich weer eens af hoe het gesteld is met de jeugd van tegenwoordig.

Ik werkte mee aan een artikel in De Morgen, dat je hier kan lezen. Ik deed dat onder de voorwaarde dat het een genuanceerd verhaal vertelde. Omdat ik het gevoel heb dat mijn verhaal maar deels weergegeven werd, zet ik even enkele puntjes op de i.

De journalist stelde me de vraag of ik tips had voor klasmanagement. Dit was mijn antwoord:

  1. Zorg voor schoolbrede, duidelijke afspraken waar elke leerkracht zich aan houdt. Zo worden bij ons GSM’s bij aanvang van elke les in een doos gelegd en vooraan in de klas bewaard. Dat is zo bij elke leerkracht, bij elk vak, in alle jaren. Ja, dat is streng. Maar ondertussen is het vanzelfsprekend geworden. Ik ben ervan overtuigd dat die duidelijkheid een opluchting is voor leerkrachten, maar ook voor leerlingen: dezelfde regel door en voor iedereen.

Processed with VSCO with x1 preset
dagelijksleren

2. Zorg voor een duidelijke structuur in je klas. Leerlingen hebben grenzen nodig, muren waar ze eens goed tegen kunnen lopen. De school is voor veel jongeren de enige plaats waar bepaalde omgangs- en beleefdheidsvormen aangeleerd worden. Bovendien zorgt structuur voor rust. Dus ja, ik ben voor “ja mevrouw, nee meneer”, in een rij voor het klaslokaal wachten en pas gaan zitten wanneer de leerkracht dat zegt. En ja, ik ben voor stilte in de klas.

3. Wees er anderzijds ook bewust van dat je geen gedisciplineerde, kritische en zelfstandige jongeren vormt door structuur alleen. Leerlingen moeten bepaalde sleutelcompetenties verwerven door vrijheid te krijgen, initiatief te nemen, actief en interactief te werken.

Laat die ketten fouten maken. En daaruit leren.

Naar mijn mening is dat de grootste uitdaging als leerkracht: het constante balanceren tussen orde en vrijheid. Tussen vasthouden en loslaten. Tussen structuur en chaos.

Dat lucht op.

MIJN GEDACHT. Luister naar de leerkracht in jezelf.

Soms vertrek je van een nascholing met zóveel goesting om meteen toe te passen wat je geleerd hebt. Soms niet.

Vrijdag kwam ik nogal geïrriteerd uit een nascholing. Ik had hoge verwachtingen – ik geef sinds vorig jaar een vak waar ik niet voor gestudeerd heb – maar de workshop leek voornamelijk te gaan over wat je wel niet of moet doenvoor de volgende doorlichting.

Ik betrap mijn collega’s en mezelf er vaak op dat de onderwijsinspectie het hoofdargument wordt voor bepaalde keuzes.

Mag je nog wel een dictee doen?

Mag je leerlingen herleidingstabellen geven tijdens een toets?

Moet je het OVUR-schema gebruiken bij proefjes?

En ik begrijp dat! We willen allemaal dat onze leerlingen de eindtermen halen.

Maar zou een keuze in didactiek niet vooral gemotiveerd moeten zijn door

  1. wat onderzoek uitwijst
  2. wat wij, onderwijsprofessionals, kwalitatief achten
  3. wat onze leerlingen nodig hebben?

Processed with VSCO with preset
dagelijksleren

Tijdens de yoga-les wordt vaak gezegd: “Luister naar de leerkracht in jezelf“. Ja, dat is fluffy. Maar ik wens het ons onderwijs toe: leerkrachten die naar zichzelf luisteren. En naar elkaar.

Leerkrachten die, wanneer ze een keuze moeten maken, zich niet (alleen) afvragen of dat wel mag van de inspectie. Als een leerkracht al geen vertrouwen meer heeft in zijn eigen professionaliteit, hoe kunnen we dan verwachten dat anderen dat wel doen?

 

STOEMP. Natuurrampen.

Dag leerfanaten

Ik moet toegeven dat ik met veel plezier de vorige STOEMP-post heb geschreven, die over de verkiezingen. Ik ervaar zelf dat ik soms héél lang bezig ben het overpeinzen wat de doelen van een bepaalde les zijn, welke invalshoeken ik daarbij kan aanreiken en welke materialen er allemaal bestaan. En dan ben ik nog niet begonnen aan de effectieve les. Hopelijk kan dit soort samenvattingen helpen. In deze tweede poging: natuurrampen. We worden in deze tijd van het jaar overspoeld (wat een ongelukkige woordkeuze) door nieuws over tsunami’s, orkanen en extreme droogte. Hoe ga je daarmee om in de klas? Disclaimer, ik ben geen wetenschapper. Ik ben een PAV-leerkracht die probeert te begrijpen. Zodat mijn leerlingen kunnen begrijpen.

Smakelijk leren!

Ingrediënt 1: wetenschappelijke vaardigheden

Nieuws over natuurrampen grijpt aan. Ik herinner me dat ik me na de tsunami in Japan afvroeg of dit nu ook aan onze kust kon gebeuren en hoe je dit soort rampen kon voorkomen. Het is dus in eerste instantie belangrijk om te begrijpen hoe natuurfenomenen als tornado’s ontstaan. Hieronder geen lessenreeks aardrijkskunde of fysica voor de hogere jaren ASO, wel een concrete aanpak voor de lessen wereldoriëntatie of project algemene vakken. Wij vertrokken van het fenomeen orkaan en tornado.

Ervaren: bekijk een recente reportage met beelden van de recente natuurramp.

Processed with VSCO with  preset
Meer weten over de leercyclus van Kolb?

Gebruik hiervoor betrouwbare media, op YouTube staan ontzettend veel filmpjes, die ofwel vervalst zijn, ofwel choquerend. Bescherm je leerlingen daarvan. Let er bijvoorbeeld voor op dat er geen mensen getoond worden waarvan je weet dat ze sterven.

Reflecteren:ga in gesprek met je klas. Stel veel open vragen, geef momenteel nog weinig antwoorden. Laat leerlingen hun eigen woorden gebruiken, ook al zijn die woorden wetenschappelijk niet genuanceerd of zelfs correct.

Waar komen orkanen voor? Wat gebeurt er terwijl er een orkaan raast? Hoe ontstaat een orkaan? Wat is het verschil tussen een orkaan en een tornado?

Abstraheren: leg uit hoe natuurfenomenen werken. Daar bestaan wel enkele websites en filmpjes over. Hang nu de wetenschappelijke begrippen aan de bewoordingen van de leerlingen.

Op YouTube is het kanaal van TED-ed sterk. Jammer genoeg zijn die filmpjes in het Engels, maar vaak kan je een Nederlandstalige ondertiteling gebruiken. Zie het filmpje over tsunami’s , over aardbevingenen over tornado’s. In de beschrijving zie je telkens een link naar een uitgebreider lessenpakket.

De filmpjes van Clipphanger zijn Nederlandstalig en heel bevattelijk, maar soms flauw. Voor mij hoeft er in een filmpje over een aardbeving niet gerapt te worden. Zie het filmpje over een aardbeving, een tsunami of een orkaan.

Experimenteren: laat leerlingen nu zelf aan de slag gaan met wat ze weten. Proefjes.nl is ondertussen een klassieken voor simpele proefjes, inclusief uitleg en stappenplannen. Maak een draaikolk in een fles op bouw een vulkaan na.

Ingrediënt 2: praten over klimaat

Wil je het onderwerp over natuurrampen verbreden, durf dan ook eens het algemene plaatje te bespreken. Sommige natuurfenomenen lijken meer en meer voor te komen en zijn een schijnbaar logische gevolg van de opwarming van de aarde. Droogte, overstromingen en extreme temperaturen zijn daar een voorbeeld van. Het is echter niet zo zwart-wit en over de link tussen klimaatsopwarming en orkanen, tsunami’s en aardbevingen is veel minder duidelijkheid. Ben je – net als ik – een leek op dat gebied, lees dan zeker dit artikel uit De Correspondent, met een alleszeggende titel ‘Klimaatsverandering is geen oorzaak van orkanen maar de opwarming speelt wel een rol.’ Wees goed geïnformeerd, voordat je in dit thema duikt.

Eenmaal begonnen zijn er natuurlijk ontzettend veel mogelijkheden. Zoals vaak heeft de VRT op KLAAR een boeiend filmpje over wat de klimaatsopwarming is. Het departement omgeving heeft een hele website met tips over milieueducatie, Climate Challenge heeft concreet lesmateriaal.

Wil je het concreter maken, op de site Science in School (een Europees project) vind je een aantal proefjes met CO2.

Ingrediënt 3: praten over energie

Een andere link die je kan leggen, is de link met energie. Waar komt die vandaan? Ook hierover heeft KLAAR een handig filmpje over. Wij kozen er echt voor het Ketnetfilmpje uit Goed Gezien te tonen: wrappers bouwen samen met leerlingen uit een school in Ghana een dynamolen. Een link om daarna zelf een dynamo te bouwen.

Bekijk ook zeker eens My2050, een knappe applicatie die leerlingen toont op welke manier we kunnen evolueren naar een koolstofarme planeet. En dan zijn er natuurlijk verschillende projecten die in dit thema passen, zoals Dikketruiendag.

Ingrediënt 4: onzekerheid over klimaat

Ten slotte wou ik het even hebben over hoe praten over klimaat somsemotioneel en ethisch pittig is. Hou er rekening mee dat sommige kinderen en jongeren angstig zijn over de wat ze horen en zien in het nieuws: nieuwsberichten over hoe de wereld vrijwel zeker zal vergaan bestaan en zijn best confronterend – zeker voor jongeren die dit niet altijd kunnen plaatsen. Verwijs steeds door naar Awel en bekijk zelf hun website voor informatie.

Bovendien merk ik vaak dat sommige jongeren sceptisch zijn over klimaatsverandering. Onderzoekskern ExploRatio(Odisee) ontwikkelt een methodiek om het gesprek over maatschappelijk gevoelige thema’s in de wetenschapsklas aan te gaan. Op 20/11 organiseren ze een studiedag, inschrijven kan via dit formulier. Via de werkvorm WetenschapsReflex kan je al enkele prikkelende vragen bespreken over de subjectiviteit en objectiviteit van wetenschap.


Zo. Vergeet ik nu een vreselijke belangrijk ingrediënt, heb je feedback of een extra tip? Laat het me zeker weten!

Bekijk alle links ook via Pinterest!