Zelfreguleren, wie zijn best doet zal het leren

18/09/2020

Zelfregulerend leren

Zelfreguleren, wie zijn best doet zal het leren

Ik wil jullie graag een verhaal vertellen, dat van de trotse leerkracht en haar kroost. Twee jaar geleden gaf ik les in een 1B-klas, waarin leerlingen op maandag hun werk voor de rest van de week moesten inplannen. De dag waarop ons avontuur begint, was er eentje waarop alles misliep. De printers werkten niet, waardoor de leerlingen geen planninginstrument konden gebruiken. Bovendien lagen zowel de wifi, als ons smartboard plat. Veel instructie- en werkactiviteiten konden dus niet doorgaan. Terwijl de teamteachers aan crisismanagement deden, zagen we dat een aantal leerlingen zich afzonderden en aan het werk leken te zijn. Een leerling had zelf een planning gemaakt en was alvast beginnen werken. Ze noteerde welke taken ze wanneer wou doen en duwde de taken waar ze internet voor nodig had een aantal dagen vooruit. Ik mocht er een foto van nemen om erover te stoefen. Knap, he?

Veel teamteachers beslissen samen te werken in een setting waarin leerlingen eigenaarschap dragen over hun eigen leerproces. Een belangrijk onderdeel daarvan, is de verantwoordelijkheid die leerlingen krijgen om hun taakuitvoering te plannen, te monitoren en te evalueren. Men spreekt wel eens over zelfregulerend leren. Ik vind dat een technisch en lastig onderwerp om over te spreken, maar ik doe een poging. Kort door de bocht betekent zelfregulerend leren dat leerlingen zelfstandig en doelbewust aan het werk te gaan. Dat kan gaan van de kleuter die een keuze voor een hoek maakt voor de rest van de voormiddag, tot de leerling van het vijfde leerjaar die zichzelf motiveert om zijn rekensommen te maken, ook al vindt die dat niet leuk, via de puber die de hulpkaart voor verenkelen en verdubbelen neemt wanneer hij een schrijftaak moet maken tot de student die een examenplanning maakt en in het midden van de blok beseft dat zijn studiemethode niet effectief is die aanpast.

Wat het onderwerp complex maakt, is de wetenschap dat zelfregulerend leren hersenfuncties nodig heeft die bij veel kinderen en jongeren nog niet volledig ontwikkeld zijn. De fameuze prefrontale cortex die o.a. het emotie- en motivatiesysteem reguleert, is gemiddeld pas rond je eenentwintigste volledig ontwikkeld (en laat ons eerlijk zijn, bij veel volwassenen ook nog niet helemaal klaar, nee?). Dus hoe kan je dan verwachten dat leerlingen al dingen kunnen, waar hun hersenen letterlijk nog niet klaar voor zijn?

Mijn visie daarover is dat het de verantwoordelijkheid van de school is om leerlingen zelfregulerend te leren werken. Het is namelijk een cruciale competentie in de schoolse en dagelijkse leven van leerlingen. Uit onderzoek blijkt dat het een grote impact heeft op het leren. Uit ervaring blijkt dat leerlingen die het gewoon zijn zelfstandig te werken aan de hand van een planning, het gemakkelijker hebben gehad tijdens de maanden van afstandsonderwijs. Net zoals zoveel andere schoolse competenties, doe je dat door hen sterk te ondersteunen en het leerproces stapsgewijs en op maat van de leerling te laten gebeuren. En ook hier wil ik benadrukken, net zoals in de blog over differentiëren, dat je niet hoeft te teamteachen om zelfregulerend werkend te ondersteunen, maar het helpt wel.

Hoe?

Ruwweg kan je zelfregulerend leren onderverdelen in drie deelfuncties.

 

Taakkennis

Leerlingen moeten weten wat van hen verwacht wordt.

 

 

Teamteachers

  • maken afspraken over een uniformiteit in geschreven instructie op toetsen, taken of eigen bundels.
  • maken afspraken over het gebruik van pictogrammen.
  • maken instructiefilmpjes voor hun vak, die leerlingen kunnen herbekijken wanneer ze zelfstandig aan hun taken werken.
Vakoverstijgende instructiekaart wiskunde en Frans
Vakoverstijgende instructiekaart, schoolbreed
Zelfkennis:

Leerlingen verwerven inzicht in hun eigen niveau, leervoorkeur, interesse, …

Teamteachers

  • houden individuele leerlinggesprekken (dankzij teamteaching kan dat in de klas en tijdens de lesuren)
  • structureren zelfreflectie, bijvoorbeeld door niveaus in competenties als plannen of volhouden te beschrijven aan de hand van criteria. De SAM-schaal is hier een goede leidraad voor.
  • een instaptest te laten uitvoeren, waardoor leerlingen zicht krijgen op hun niveau en daarna in niveaugroepen kunnen werken (zie: differentiëren).
  • werken met kaartjes (of dobbelstenen of verkeerslichten of …) waarmee leerlingen tijdens het werken aan een leerkracht kunnen laten weten dat ze hulp nodig hebben. Op die manier leren leerlingen zich in te houden om niet meteen een vraag door de klas te roepen.

 

Kennis van strategieën

Leerlingen kennen strategieën om hun werk te plannen en het leren te ondersteunen.

In Bimsem werken de leerkrachten die lesgeven aan de tweede graad in de richting LO-sport sinds dit jaar via teamteaching. De leerkrachten zijn volop aan het uittesten wat leerlingen nodig hebben om hun werk te plannen en wat leerkrachten nodig hebben om een overzicht te bewaren over waar leerlingen staan. Ze beginnen het schooljaar analoog met papieren planningen, maar overwegen door te groeien naar een digitaal systeem. Je hebt er geen ingewikkelde systemen voor nodig, via online versies van excel (via Google Drive of Microsoft Team) kan je het een en ander organiseren. Zo zullen de leerkrachten binnenkort een systeem invoeren waarin leerlingen een weekplanning krijgen via Excel in Teams. Daarin kiezen leerlingen in elk lesuur een activiteit via een dropdownmenu. Die keuzes worden via formules geregistreerd in een ander tabblad voor leerkrachten. De technische kant in te ingewikkeld om via een blog te beschrijven, maar aarzel niet om meer informatie te vragen. De belangrijkste tip kreeg ik alvast van de leraar die dit ontwikkelde: “Google gewoon alles wat je wil doen, bijvoorbeeld How do you hide a spreasheet on Excel.”

Basishouding

Zelfreguleren moet je leren

De leerkracht is ervoor verantwoordelijk leerlingen zelfregulerend te leren werken. Een eerste manier om dit aan te leren, is via expliciete instructie, dat niet te verwarren is met doceren of opleggen. Elke leraar kan voor een leeractiviteit met de leerlingen spreken over hoe je deze taak plant, tijdens het werken vragen stellen en achteraf reflectie aanmoedigen.  Een tweede manier, is de zelfregulering zelf te modellen. Dat betekent dat de leraar zelf luidop nadenkt over wat hij moet doen om tot een resultaat te komen. Als je met planningsinstrumenten werkt, help je leerlingen door te tonen hoe je zoiets kan gebruiken. Ondersteun dit met stappenplannen.

Zelfreguleren moet je opbouwen

Hou rekening met de ontwikkeling van het brein van je leerlingen om na te gaan of ze de vaardigheden die je van hen verwacht aankan. Ga dus eerst uit van een groeilijn, waarin verschillende vaardigheden

  • expliciet aangeleerd worden (zie hiervoor)
  • ondersteund ingeoefend worden
  • stap voor stap zelfstandig uitgevoerd worden.

Je kan dit bijvoorbeeld doen door een planningsinstrument ingevuld aan te bieden, om leerlingen te leren wennen aan werken met zo’n instrument. Pas in een tweede stap plannen leerlingen hun werk zelf in.

Zelfreguleren, dat is differentiëren

Zelfs als je rekening houdt met deze gemiddelden, zal je merken dat de ene leerling sneller weg is met een strategie dan de andere. Dus ook op dit vlak kan je differentiëren. Gelukkig heb je een teamteacher naast je! Je kan er dus voor zorgen dat je ondersteuning op maat kan aanbieden.

Veel succes!

Lisa

Aan de slag?

Dagelijks Leren ondersteunt je school in trajecten op maat. Lees erover of neem contact op voor meer informatie.

Meer lezen

Lees meer op de onderzoekspagina van Dagelijks Leren, scroll naar onder.

Boeken

Jolles, J. (2016). Het tienerbrein. Over adolescenten tussen biologie en omgeving. Amsterdam University Press.

 

Websites

Education Endowment Foundation

Schoolmakers: e-course Leren Differentiëren

Vandenbranden, Kris. In 7 stappen naar een krachtiger onderwijs van de zelfregulering van leerlingen. 23 mei 2020 op de blog Duurzaam Onderwijs.

Delen om te vermenigvuldigen

Lees meer

Teamteachers versus de coronaverschillen

07/09/2020

Inclusief leren

Teamteachers versus de coronaverschillen

1 september dit jaar was vreemd, de nacht ervoor sliep ik voor het eerst sinds lang heel rustig zonder dromen over vergeten lesvoorbereidingen of gehackte beamers. Ik werk momenteel voltijds als procesbegeleider in het onderwijs. Leuk, druk, grondig. Maar, lieve leerkrachten, laat je door niemand iets wijsmaken. Geen enkel werk vraagt zoveel, zo vaak en zo tegelijk van jou, als de job van de leraar. Ik sta nog altijd te kijken van hoeveel deugd het doet een koffiepauze te nemen aan een tafel en niet aan een kopieermachine of een vraag te stellen aan een collega zonder dat 7 leerlingen tegelijk je aandacht nodig hebben. 

Ik heb nu ook meer tijd om me echt te verdiepen in de voordelen van teamteaching. Tijdens de lockdown was ik even bang dat de werkvorm weinig toekomst had, nu grote klassen uit den boze waren. Niets bleek minder waar. Vandaag is teamteaching gegeerde dan ooit

De maanden afstandsonderwijs hebben de verschillen tussen onze leerlingen groter gemaakt en leerkrachten moeten zich dubbel inzetten om achterstand in te halen én nieuwe leerstof aan te brengen. Toen ik leerkracht was, probeerde ik altijd bij te leren over differentiëren. En wat zo vaak door mijn hoofd schoot, was: “Wauw, ik zou zo graag meer inspelen op die verschillen in mijn klas, maar dat lukt gewoon niet. Ik ben ook maar een mens.”

Ik geloof er sterk in dat teamteaching een werkvorm is die zich er uitstekend toe leent krachtig te kunnen differentiëren. Ik geef graag enkele voorbeelden.

1. teamteachers die effectief lesgeven

Wanneer je als leraar impact wil hebben op het leren van je leerlingen, moet je eerst even stilstaan bij de bouwstenen van effectieve didactiek. Je zal niet verschieten, deze bouwstenen lijken heel vanzelfsprekend. Als teamteacher zag ik het een beetje als een voorwaardenlijstje. Hoe krachtig onze manier van lesgeven ook leek, als we bij het teamteachen een stap zetten die tegen de inzichten inging, sloegen we de bal mis. Differentiëren begint dan ook bij een aanpak waarmee je de meerderheid van je leerlingen meehebt. 

Als je bijvoorbeeld sterk wil inzetten op individuele leerpaden en oefeningen ontwikkelt die de leerlingen zelfstandig moeten maken, maar je vergeet heldere instructie in te plannen, sla je de bal mis. Je ontneemt je leerlingen een werkvorm met ontzettend veel impact.

2. teamteachers die differentiëren

Met deze brede basiszorg heb je nog niet ingespeeld op de grotere verschillen in je klas. De verschillen in wat een leerling kan, wil of nodig heeft zijn er altijd al geweest en werden door corona alleen maar groter. 

Hier zijn enkele werkvormen of technieken om te differentiëren waar teamteaching zich uitstekend toe leent.

Leerlingen slim groeperen

Varieer in groeperingsvormen, zowel in de samenstelling (homogeen of heterogeen) of de grootte van de groepen. Het voordeel van samenwerkend lesgeven is dat elke groep begeleid kan worden door een leraar. 

Kies slim voor een organisatievorm van teamteaching:

  • Parallelle teamteaching: meerdere leraars geven dezelfde les, leerlingen genieten van de voordelen van een kleine groep. Je kan dezelfde leerstof met een andere werkvorm of medium aanbrengen en leerlingen laten kiezen.
  • Sequentiële teamteaching: werk met een rotatiesysteem en laat leerlingen in kleine groepen verschillende lessen volgen bij verschillende leraars. 
  • Hoekenwerkmodel: leerlingen werken zelfstandig of in groepen aan verschillende hoeken of taken, de ene leerkracht houdt het overzicht en de andere leerkracht ondersteunt een groepje leerlingen die extra ondersteuning of een uitdaging nodig hebben.

In een andere blog zal is concreter ingaan op teamteachen in graadsklassen of andere vormen van klasdoorbrekend werken.

Sporenmodel

Verschillende modellen hebben een verschillend aantal sporen. De eerste stap is eerst dat de leraar een korte en heldere instructie geeft van de nieuwe leerstof en dat leerlingen dan hun niveau bepalen. Dat kan door een korte test of door ondersteunde zelfreflectie. Daarna worden de leerlingen in verschillende groepen of sporen onderverdeeld.

  • Groep 1 kan zelfstandig aan de slag met de oefeningen.
  • Groep 2 ook. Zij worden uitgedaagd door een moeilijker pakket, of doordat hen gevraagd wordt hun medeleerlingen te ondersteunen.
  • Groep 3 krijgt verlengde instructie van een leraar, terwijl de andere leraar het zelfstandig werk ondersteunt.
Preteaching

Selecteer met je collega’s de kennis en vaardigheden die de leerlingen onder de knie moeten hebben om een nieuw leerstofonderdeel te begrijpen. Eén van de teamteachers kan een groepje leerlingen op voorhand begeleiden, bijvoorbeeld door een tekst samen te lezen of school- of vakwoordenschat te gebruiken. Door teamteaching hoef je dit niet buiten het klaslokaal of na de lestijd te doen.

Verschillende werkplaatsen

Klasgroepen van teamteachers worden meestal samengesteld door klassen van verschillende leerjaren of parallelklassen in één groep te plaatsen. Daardoor zijn klassen van teamteachers iets groter en kunnen de leraars nadenken over de inrichting van hun klaslokaal. Hier zijn enkele ideetjes:

  • instructielokaal
  • hoek voor zelfstandig werken
  • stille, prikkelvrije boxen
  • zetelruimte voor individuele of klassikale reflectiegesprekken
  • ruimte voor samenwerkend leren
  • computerruimte, waar leerlingen via laptops en tablets informatie kunnen opzoeken.

Voorzie ook materiaal dat leerlingen kunnen gebruiken als hulpmiddel, zoals

  • stappenplannen en weekplanners
  • verbetersleutels
  • hulpkaarten
  • ondersteunende software
  • woordenboeken, atlassen, rekentoestellen, …

Maak duidelijke afspraken met je collega’s en leerlingen over hygiënisch gebruik van materiaal, verluchten van de grote ruimte, afstand houden en wandelen in de klas.

Flipping the classroom

Nu we door het afstandsonderwijs allemaal geleerd hebben hoe je sterke instructiefilmpjes kan maken, kan je die ook slim inzetten. Leerlingen kunnen thuis of tijdens het zelfstandig werk een instructiefilmpje bekijken, voor ze samen met de leraar de leerstof toepassen of inoefenen. Dezelfde filmpjes kunnen gebruikt worden om achteraf leerstof te herhalen. Sommige scholen kiezen voor een vorm van teamteaching om vakdoorbrekend te werken. Dan komt het wel eens voor dat je een klasgroep ondersteunt die een oefening maakt voor een vak dat je zelf niet geeft. Via de filmpjes kan je leerlingen de correcte instructie laten volgen en zodat je zelf geen halfbakken uitleg moet geven. Volg het filmpje met de leerling en stel luidop vragen of model hoe je zelf aan de slag zou gaan met de oefening. Zien leren doet leren.

3. Conclusie

Wacht? Deze werkvormen zijn toch niet uitsluitend geschikt voor teamteachers? Nee, natuurlijk niet. Maar ik vond een sporenmodel altijd zo moeilijk om alleen uit te voeren. Wanneer leerlingen op verschillende werkplaatsen aan de slag gingen, vond ik het best spannend om het overzicht en klasmanagement te bewaren. Ik was ook maar een mens. 

Leerkrachten moeten veel en vaak en tegelijk. Via teamteaching kan je de taken verdelen en samen sterker staan. Fijn schooljaar!

Lisa

Aan de slag?

Dagelijks Leren ondersteunt je school in trajecten op maat. Lees erover of neem contact op voor meer informatie.

Meer weten?

Ik probeer mijn bronnen bij te houden op de pagina Team Teach – onderzoek (scroll naar onderaan de pagina)

De belangrijkste inspiratiebronnen voor deze blog waren:

Teamteachers die effectief lesgeven: 

Teamteachers die differentiëren

Delen om te vermenigvuldigen

Lees meer

Leerkracht met veerkracht

19/06/2020

Veerkracht

Leerkracht met veerkracht

We komen langzaam aan bij het einde van een ontzettend vreemd schooljaar. Ik vermoed dat de vele leerkrachten en directeurs pas over enkele weken – met hun tenen in het babyzwembadje in de tuin – gaan beseffen wat voor een krachttoer ze gepresteerd hebben. Ik wens meer dan ooit elke leraar een zomer toe zonder ook maar één opmerking over leraars en hun vakantie.

Ik heb me zelf zorgen gemaakt over de toekomst van teamteaching. Wat er ons in september te wachten staat, is nog niet helemaal duidelijk. Het zal in ieder geval geen ‘business as usual’ zijn. Wat doe je met grote klassen op een moment dat men verwacht bubbels zo klein mogelijk te houden? Zullen leerkrachten zich nog steeds in drie moeten splitsen om preteaching, toezicht én fysiek lesgeven op hetzelfde moment te combineren en zal samen lesgeven meer dan ooit een luxe worden?

Ik stelde de vraag aan enkele bevriende teamteachers. Eén ervan gaf me het dit hartverwarmende antwoord:

“Waar ik zo van genoten heb tijdens dit afstandsonderwijs is hoe hard wij zijn blijven samenwerken. Het moest ook, want wij zijn verantwoordelijk voor dezelfde groep leerlingen, voor hetzelfde vak. Maar wij hebben het werk verdeeld en iedereen in zijn sterkte laten werken. En omdat we al een tijdje samen voor de klas staan ging die verdeling vanzelf.”

 Deze week nog las ik op de Facebookpagina van Klasse het verhaal van de mentor Caroline en student-leraar Céline, die de feedback van haar mentor prees. Ik besef meer dan ooit dat teamteaching – of elke andere vorm van samenwerkend lesgeven – leerkrachten kan helpen in te spelen op veranderende situaties. Zou het kunnen dat teamteachers samen meer veerkracht hebben?

Het zou wel eens kunnen. Ik leg meer en meer linken tussen het grote probleem van stress in het onderwijs, en het tekort aan personeelsbeleid. Zelf kom ik uit het jeugdwerk, meer bepaald de speelpleinwerking. Wij spendeerden ontzettend veel energie in uitdenken van een beleid over wat we verwachtten van onze vrijwilligers, hoe we hen dat duidelijk zouden maken, hoe we ervoor konden zorgen dat ze gemotiveerd bleven, hoe we konden omgaan met conflicten in de groep, hoe we door middel van feedback jonge vrijwilligers konden doen groeien en hoe we hen een waardig afscheid konden geven wanneer ze stopten. Ik ben elke dag verbaasd over hoe veel daarvan ontbreekt in de gemiddelde school. Functioneringsgesprekken vinden (soms) plaats omdat het moet, tijdens een sollicitatie wordt de enige beschikbare kandidaat gekozen en directeurs komen er amper toe in een klaslokaal te komen. Sommige leraars doen hun ding zonder er ooit feedback op te krijgen. Ze worden zelden aangesproken om wat ze sterk aanpakken en waar ze in kunnen groeien. 

Wat leerkrachten wel krijgen, is kritiek. Van ouders, collega’s die hun klas te luidruchtig vinden, opiniemakers in een krant of van een tactloze inspecteur. Beeld je eens in dat we onze leerlingen dat zouden aandoen: hen een heen schooljaar laten doen, hun fouten nooit verbeteren, hen geen hulp aanbieden en op het einde van het schooljaar op hun rapport noteren: “onvoldoende, je krijg één week om je te verbeteren, anders word je van school gestuurd.” Je zou voor minder stress krijgen.

Dit is geen klaagzang tegen directeurs. Zij zitten ook met de handen in het haar over hun overvolle agenda’s en tijdsgebrek om hun leerkrachten grondig te kunnen ondersteunen. Daarom denk ik dat samenwerkend lesgeven ook hier een oplossing kan bieden. Veel teamteachers worden min of meer leergemeenschappen. Ze expliciteren hun visie en aanpak aan hun collega, gaan op zoek naar een consensus, zien elkaar bezig, vragen elkaar hulp, verdelen de taken en ondersteunen elkaar. Als team kunnen ze zoveel aan – blijkbaar zelfs een pandemie.

Daarom hebben we bij Dagelijks Leren beslist om teamteachers niet alleen te ondersteunen op didactisch vlak, maar ook op menselijk vlak. We bieden een reeks trajecten aan voor teamteachers die onderlinge feedback willen integreren in hun praktijk, die teamteaching willen inzetten als werkvorm in aanvangsbegeleiding van nieuwe collega’s, die een sterke visie willen op hoe ze een team leerkrachten samenstellen, … Verder willen we sterker staan in de thema’s stress, burn-out en veerkrachten. Ik start in oktober een opleiding om veerkrachtcoach te worden. Vanaf 2021 kan je ook bij mij terecht voor individuele coaching. 

Veel moed met het einde van het schooljaar. Succes aan alle vrijwilligers voor de zomerscholen. En voor wie zich onzeker voelt over wat er gaat komen, ik wens je een groepje collega’s toe die ook in september je reddingsboei zullen zijn.

Lisa

Lees meer

Teamteaching op afstand

28/05/2020

Professionalisering

Teamteachen op afstand

Soms moet je een boodschap een aantal keer horen, voor hij helemaal doordringt. Ik begin nu pas te beseffen dat de kans groot is dat de eerste schooldag in september nog niet helemaal normaal zal verlopen. Maakt onderwijs op afstand deel uit van onze scholen in de toekomst? Dat werpt wel wat vragen op, zeker voor teamteachers. Hoe kan je nog verwachten les te geven in grote groepen? Zullen leerkrachten nog samen in een klas kunnen staan?

Ik vind dit ontzettend relevante vragen en wil samen met jullie op zoek gaan naar een oplossing. In dit bericht probeer ik alvast te ondersteunen voor de eerste vaststelling: de kans bestaat dat leren op afstand in een bepaalde vorm zal blijven bestaan. Hoe werkt teamteaching op afstand?

Laat me beginnen bij de stelling, die ik tot vervelens toe herhaal: co- en teamteachen zijn geen doel op zich, maar een werkvorm om verschillende doelen te behalen. De vraag wordt dus niet meer: hoe kan je de werkvorm van teamteachen ‘copy-pasten’ naar een variant op afstand, maar wel hoe je in tijden van lockdown aan dezelfde doelen kan blijven werken in intense samenwerking met een collega. Zo kiezen veel teamteachers voor de werkvorm om beter in te spelen op de verschillen in hun klas, maar teamteaching is natuurlijk niet de enige manier om dat doel te bereiken. Leerkrachten die al een tijdje samen lesgeven, kunnen nu putten uit de kennis en ervaring die ze samen opgebouwd hebben door uren voor te bereiden, uit te voeren en te evalueren. Ik merk dat veel teamteachers de vooropgestelde doelen – of dat nu binnenklasdifferentiatie, vakdoorbrekend werken of leerlingen motiveren was – ook vandaag behalen, of toch op zoek zijn naar manieren om dat te blijven doen.

Nu de eerste weken van thuiswerken en afstandsonderwijs voorbij zijn, beginnen enkele teams naar de toekomst te kijken. Hoe zullen we in de toekomst aan onze doelen werken? Hieronder vind je wat inspiratie uit het werkveld. Denk er eens over na en voer het in als je er de veerkracht voor voelt.

Professionaliseren op afstand

Teamteaching wordt vaak ingezet als manier om nieuwe en ervaren leraars zelf dagelijks te laten leren. Leraars die samen lesgeven, hebben het grote voordeel dat ze communicatie en samenwerking gewoon zijn. Ze hebben vaak tijd gehad om hun visie te bespreken, didactische aanpak te optimaliseren en een gestroomlijnde communicatie te ontwikkelen. Dat heeft al geholpen om het bos door de bomen te blijven zien wanneer iedereen in zijn kot zat. Hoe kan je er verder in gaan?

Leren van elkaar

In de eerste fase van afstandsonderwijs hebben samenwerkende leraars elkaar geholpen om digitale tools te leren gebruiken. Je kan een volgende stap zetten door:

  • … een collega te vragen je digitale les te ondersteunen. Vraag een collega om deel te nemen aan je les om te helpen indien nodig. Leerlingen die leraars zien leren, steken daar ook wat van op, bijvoorbeeld dat hulp vragen een handige tool is.
  • visitaties te organiseren in elkaars Smartschool Live en achteraf een feedbackgesprek te organiseren. Je kan zoveel bijleren door een collega aan het werk te zien of iemand te vragen een aspect van je les te observeren en je er feedback op te geven. Zoals gewone klasbezoeken, geldt ook hier dat goede afspraken goede vrienden maken. Spreek duidelijk af wat je focus is van je bezoek, spring niet zomaar binnen. Lees over de pre-corona visitatie van Josfien Demey.

Rollen clusteren

In hun boek en procesbegeleiding omtrent Scholen Slim Organiseren, spreken Tom Van Acker en Yves Demaertelaere over een versnippering van verantwoordelijkheden en rollen. Zelfsturende teams proberen de rollen beter te clusteren en samen een gedeelde verantwoordelijkheid te dragen over een groep leerlingen. Zo is de leraar wiskunde niet uitsluitend verantwoordelijk voor het behalen van de doelen wiskunde, maar is het team waar zij deel van uitmaakt verantwoordelijk voor een groep leerlingen, niet alleen op vlak van het behalen van resultaten, maar ook de ondersteuning van leerproblemen, communicatie met ouders, …

Teamteachers worden soms doelbewust, vaak bijna per ongeluk zelfsturende teams. Ze hebben het gemakkelijker om een overzicht te bewaren over wat de leerlingen allemaal moeten leren en doen tijdens de week, wie uitvalt en wiens ouders gecontacteerd moeten worden. Zet de volgende stap.

  • Organiseer weer je wekelijkse overlegmoment op bepaalde tijdstippen. Probeer weer ruimte te maken voor visieontwikkeling en evaluatie, niet alleen voor de orde van de dag. Gebruik er de babbelkaartjes van de Artevelde Hogeschool.
  • Indien jullie ooit een visitetekst schreven of een leidraad ontwikkelden voor teamteaching, neem die er dan eens bij. Waarom begonnen jullie ooit met teamteaching? Wat waren sterke praktijken? Is er een mogelijkheid die ook op afstand uit te voeren? Ik denk aan gestructureerde leerlinggesprekken, planningsschema’s, differentiatiemethodieken, intakegesprekken voor nieuwe leerlingen, …
  • Maak gebruik van tools en werkvormen om efficiënt te vergaderen. Lees hier meer over op de blog van Schoolmaker Yves Larock.

Op leerlingniveau zijn er ook een aantal doelen van teamteaching. Veel van die doelen kan je ook op afstand verwezenlijken. 

Inclusief onderwijs op afstand

Hoe zorg je voor kwalitatief onderwijs voor iedereen, ongeacht de achtergrond van de leerling?

  • Denk na over de groepering van leerlingen, zowel in de digitale lessen als in de (toekomstige) contacturen. Gebruik break-outrooms van digitale platformen als Zoom om na een instructie leerlingen onder te verdelen in kleinere groepen, elk met een eigen leraar, om differentiatiewerkvormen als het driesporenmodel in te zetten.
  • Hou rekening met enkele basisprincipes van binnenklasdifferentiatie tijdens je lessen, zoals de UDL-principes (Schoolmaker An Kennes).
  • Vergeet leerlingen met leerproblemen niet (Annemie Desoete en Elke Baten).
  • En de belangrijkste: ken je leerling. Maak plaats voor het bespreken van de klas tijdens overlegmomenten. Bespreek niet alleen de resultaten, maar ook de noden. Nodig de leerlingbegeleider of zorgleraar uit tijdens je overleg.
Motivatie en welbevinden op afstand
Zelfregulerend leren op afstand

Veel teams begonnen samen les te geven om een leerlingen meer eigenaarschap te geven in hun leerproces. Leerlingen leren plannen en hun werk zelfstandig te maken. Door corona komt dit in een stroomversnelling. Hoe kan je dit op afstand ondersteunen?

  • Besef eerst en vooral dat zelfstandig leren een vaardigheid is die veel ondersteuning nodig heeft. Je wordt niet geboren met strategieën om te plannen en organiseren, je moet die leren, Tim Surma leg uit hoe.
  • Zorg voor eenheid in instructie, zodat leerlingen daar niet over struikelen om te begrijpen wat ze moeten doen (taakkennis). Maak afspraken over de te gebruiken tools voor instructie en oefeningen, gebruik pictogrammen en hanteer duidelijke, heldere zinnen. Zorg voor een prikkelvrije bladspiegel, ook in digitale oefeningen. Vraag hulp van je ondersteuner.
  • Ondersteun leerlingen met dag- en weekplanners. Differentieer daarin: sommige leerlingen kunnen aan de slag met een lege weekplanner, die ze zelf invullen zodat ze hun werk leren inplannen, anderen hebben daar ondersteuning voor nodig. Voor een grote groep leerlingen zal dit te hoog gegrepen zijn, zij hebben een planning als houvast nodig. Te veel autonomie vertraagt leerprocessen!

Ik wens jullie heel veel moed. Breng me zeker op de hoogte als je zelf teamteachen op afstand organiseerde en mooie inzichten had! Zo leren we van elkaar.

Heb je ondersteuning nodig, vandaag of morgen, geef me een seintje. Ook op afstand denk ik graag met jullie na over de organisatie van samen lesgeven. Alleen gaat het sneller, samen gaat het beter.

Lisa

Lisa

Lees meer

Het doel van teamteachen

06/05/2020

Inclusief leren, Geïntegreerd leren, 

Zelfregulerend leren, Motivatie, Professionalisering

Het doel van Teamteachen

Het is even stil geweest rond Dagelijks Leren, lees hier waarom. Het is echter absoluut niet stil geweest rond teamteaching. Een vijftal jaar geleden had ik de eer deel te mogen uitmaken van een van de eerste ploegen die via co- en teamteaching lesgaf, vandaag zijn er weinig scholen in Vlaanderen en Brussel er niet op z’n minst over hebben nagedacht. En zoals bij elke nieuwe methode, zijn er groeipijnen.

Wanneer ik in scholen kom, draag ik de stempel van ‘die van co- en teamteaching’ (ik heb die mezelf gegeven, natuurlijk). Dan krijg ik vaak klachten over hoe het toch niet de gewenste effecten heeft. Het is toch een pak meer werk dan gedacht. De leerlingen hebben het moeilijk met de drukte in de klas. Leren zij nu wel echt beter dan daarvoor? Ik vind al deze vragen relevant, maar blijf toch veel voordelen van de werkvorm zien.

In mijn opzicht is teamteaching een werkvorm waarmee je ontzettend veel doelen kan bereiken. En net zoals alle werkvormen, moet die onderhevig zijn aan voortdurende evaluatie. Dat is de eerste vraag die ik stel wanneer ik scholen hoor dromen over de implementatie ervan: waarom willen jullie teamteachen?

Het heeft vaak te maken met kunnen inspelen op de grote diversiteit in de groepen, of leerlingen meer eigenaarschap in hun leerproces geven, of individuele feedback kunnen geven. Soms kiezen scholen vooral voor de professionalisering van hun team: leerkrachten die samenwerken, leren van elkaar.

Pas als je je doel hebt scherpgesteld, kan je de methode beginnen vormgeven. Werk je vakoverstijgend of met een parallelcollega? Op welke manier kan je coöperatieve werkvormen inzetten, of je wil je toch liever focussen op een heldere instructie in kleine groepen?

Vooraf een duidelijk doel beschrijven helpt bij de evaluatie – is de school nu geslaagd in haar opzet of niet?

Met welk doel teamteachen jullie? Ik ben heel benieuwd jullie reacties te lezen en te bundelen. Ik geloof dat we hier veel uit kunnen leren! Wie vijf minuutjes tijd heeft, nodig uit om deze korte vragenlijst in te vullen. Alvast bedankt!

Lisa

Delen om te vermenigvuldigen

Lees meer

Mijn collega brandde op

30/04/2020

Veerkracht

Mijn collega brandde op

Ik deelde een tijdje geleden een bericht over mijn eigen burn-out van vorig jaar. De reacties die ik daarop kreeg waren hartverwarmend. Vrienden en collega’s van vandaag en vroeger staken me een hart onder de riem. Het is een fijne respons, want zoiets delen is niet gemakkelijk. 

Tegelijk hoorde ik veel mensen zeggen dat het herkenbaar was, dat zij zelf of een collega dit ook meemaakte. Je kan je er behoorlijk machteloos bij voelen. 

Ik schrijf hieronder een viertal suggesties over hoe je een collega die opbrandde kan steunen. Normaals, ik ben (nog) geen expert, ik baseer dit puur op mijn eigen ervaringen. 

1.

In de beginfase van een burn-out is de focus vollenbak zorgen voor jezelf. Je moet professionele hulp krijgen, rusten, in een cocon kruipen en ervoor zorgen dat je functioneert. Je rationele hersenen staan voor even uit. Ik vergat de hele tijd afspraken, slaagde er maar niet in overwogen keuzes te maken en panikeerde wanneer ik niet meteen een oplossing voor dagelijkse problemen vond. Op zo’n moment ben je dus écht nog niet in staat om aan zelfreflectie te doen of tools te zoeken om verval in de toekomst te voorkomen. Vraag je collega er dus zo weinig mogelijk naar. Heb bovendien geduld met fouten die een opgebrande collega maakt. Ik bakte echt niets van mijn administratie omtrent mijn ziekteverlof. Mijn school heeft me meermaals moeten herinneren aan stappen die ik vergat te zetten of documenten die ik naar verkeerde adressen had gestuurd. Nogmaals, mijn rationeel brein werkte even niet meer.

2.

Pas op met ongevraagd advies. Ik kreeg van veel mensen te horen dat ze wel wisten dat ik dit zou krijgen omdat ik te hard werk. Hoe goedbedoeld dat ook is, ik had er weinig aan. Ten eerste omdat je daarmee de verantwoordelijkheid volledig bij de persoon legt die opbrandde. Ik had maar beter moeten rusten. Terwijl we allemaal weten dat stressgerelateerde ziektes een symptoom zijn van een structureel probleem in het onderwijs. En ten tweede omdat burn-out door een amalgaan aan oorzaken komt die voor iedereen anders zijn. Ik ben bijvoorbeeld iemand die ontzettend veel energie krijgt wanneer ik relevant werk lever met een gemotiveerd team en wanneer ik zie dat onze inspanningen effect hebben. Als ik tijdens dat werk dan nog eens zelf bijleer over mezelf en over de wereld, kan ik echt wel wat aan. De combinatie van lesgeven met mijn teamteachers en andere scholen coachen heeft mij ontzettend veel energie gegeven. ‘Werk wat minder!’ is op lange termijn geen goed advies voor mij. Ik moet zelf zoeken naar hoe ik anders kan werken.

3. 

Laat een collega die met een burn-out afwezig is eventjes met rust. Stuur je beste wensen en geef aan dat je altijd klaarstaat voor een babbel, maar dring die niet op. Een burn-out is vaak werkgebonden en als collega maak je deel uit van die plaats waar de stress ontstond. Ik had het zelf heel moeilijk met het feit dat ik mijn collega’s en leerlingen in de steek liet. Weten dat er geen vervanger voor mijn uren gevonden werd en dat zwaarbelaste collega’s mijn werk moesten overnemen, gaven me heel veel kopzorgen. Ik kus mijn twee handjes met mijn geweldige collega’s, die me veel liefde wensten, maar me beschermden van de gevolgen van mijn afwezigheid. ‘We redden het wel!’, hoorde ik vaak. Ik weet niet of dat klopte, maar het hielp mij wel herstellen.

Soms moet een leerkracht na een burn-out beslissen dat hij niet meer terugkeert naar de school. Weet dat dat waarschijnlijk geen gemakkelijke beslissing is. Veel mensen die opbranden doen dat om hun werk hen zo veel kan schelen. Het kan helpen om veel begrip te tonen voor die keuze. Geef gerust aan dat je hen zal missen, maar een collega proberen ompraten omdat hij zo’n topper is, kan een averechtse effect hebben. Ik had veel aan zinnetjes als: ‘Ik ga je missen, maar steun je beslissing!

4. 

Elke burn- of bore out moet een kans zijn voor een school om eruit te leren. Wacht niet op een nieuw welzijns- en zorgbeleid van de school (hoewel die natuurlijk van uiterst groot belang zijn!) maar praat er zelf over in je team. Hoe is het zo ver kunnen komen? Hoe kunnen we beter voor elkaar zorgen? Ik herhaal het nog eens, draag zelf niet bij tot een cultuur waarin het bewonderingswaardig is in een hele carrière nooit ziek te zijn geweest. Want soms is één dagje verlof nemen om tot rust te komen gewoon oké. Zelfs als je leerlingen net dan een toets hebben en je collega ook al ziek is. Applaudisseer niet wanneer een collega aangeeft tot 23 uur rapportcommentaren te hebben geschreven. Spreek een collega aan als hij veel te laat nog een mailtje stuurde. Luister empathisch wanneer je iemand hoort zeggen dat het even niet meer gaat en bewaak samen elkaars grenzen. Die zijn bij iedereen anders

Vandaag gaat het een pak beter met mij, ook al ben ik nog steeds aan het herstellen. Ik weet dat het feit dat ik deze burn-out zo openlijk bespreek nadelig zou kunnen zijn voor mijn zaak. Ik ben toch een coach voor leerkrachten, moet ik dan niet zelf stevig in mijn schoenen staan? Maar het blijft een feit dat een burn-out iedereen van ons kan overkomen. De maanden thuis hebben me ontzettend veel geleerd over grenzen en veerkracht. Mentale gezondheid is nog altijd zo’n taboe, dat ik denk dat het geen kwaad kan wanneer mensen erover getuigen. Als dit potentiële klanten afschrikt, neem ik dat er wel bij.

Veel moed in deze tijden van onzekerheid. De maatschappij verwacht veel van ons. Zorg voor jezelf, zorg voor elkaar.

Lisa

Delen om te vermenigvuldigen

Lees meer

Wanneer de adrenaline wegvloeit

17/04/2020

Veerkracht

Wanneer de adrenaline wegvloeit

Het is eventjes stil geweest bij Dagelijks Leren. Dat komt doordat dat momenteel een eenmanszaak is, mijn persoonlijke ‘kindje’. En wanneer die ene man – vrouw, in mijn geval – geveld wordt door een burn-out, kan je niet anders dan eventjes afstand te nemen. Ik ben momenteel aan het herstellen maar al een pak beter. Ik vind het best spannend dit te delen, omdat psychische problemen in onze maatschappij niet helemaal aanvaard worden. Bovendien toon ik als begeleider en coach een kwetsbare kant van mezelf. Zal ik nog wel au sérieux genomen worden als ik zelf tegen de muur gebotst ben? De reden waarom ik heb beslist dit toch te doen, is omdat ik weet dat stressgerelateerde ziektes als burn- en bore-out heel vaak voorkomen in het onderwijs. Er is een structureel probleem.

Deze week kondigde de Veiligheidsraad een verlenging van de lockdown aan en ook de scholen blijven nog eventjes dicht. Voor sommigen wordt dit een zware periode. Tijdens de eerste weken konden velen door een adrenalinekick prachtige initiatieven opzetten, van de kleuterleraar die dagelijks boekjes voorlas via Skype, tot de directeurs die een gebalanceerd afstandslerenbeleid op poten zette en de Begeleiders zonder Grenzen. Nu die adrenaline wegtrekt, spreekt professor Elke Van Hoof (VUB) van een overbelastingsfase: ‘het gebrek aan voldoende sociaal contact begint zijn tol te eisen, maar vooral het gebrek aan perspectief kan onze mentale gezondheidszorg parten spelen.’ Voor leraars in het bijzonder komen er pittige weken aan. Zullen leerlingen nog gemotiveerd zijn hun taken te maken? Zal de kloof niet groter worden? Zullen leerkrachten niet meer en meer de rol van psycholoog opnemen, op een moment waarop ze zelf niet zo veerkrachtig meer zijn?

Ik wil hier zeker geen doembeeld schetsen. Vele helden vlogen er al in en ook na de paasvakantie zullen we het ene na het andere prachtige initiatief zien. Ik wil wel oproepen om extra hard voor jezelf en voor elkaar te zorgen. Veel van mijn beste vrienden werken in het onderwijs en ik hoorde tijdens de vakantie vaak hetzelfde verhaal: mensen slagen er zo moeilijk in te ontspannen en los te laten. Dat doet een belletje rinkelen bij mij, zo was ik voor mijn burn-out. Zo ben ik ook vandaag als ik niet oplet. 

Voor ik een burn-out kreeg, had ik het gevoel dat ik voortdurend aanstond. Zoals mijn telefoon, die niet alleen een zeer waarschijnlijke oorzaak voor de dagelijkse stress was, maar ook een beeld. Smartphones hebben tientallen functies die de hele dag voortdurend en tegelijk draaien en wanneer hun batterij bijna leeg is, zetten we hen niet uit maar steken we hen in het stopcontact, zodat we ze dag en nacht kunnen gebruiken. Zo voelde ik me. Ik stond aan, zelfs als ik ontspande. 

Ik ben (nog) geen expert in veerkracht en stress. Twee mini-adviesjes wil ik wel geven.

Zorg voor jezelf, maar lees zo weinig mogelijk over de magische oplossingen van zelfzorg. Ja, sporten, vroeg gaan slapen, yoga, mildfulness, minder suikers eten, … kunnen veel problemen voorkomen. Maar vanaf het moment dat het taken op je to-dolijst worden, schiet het zijn doel voorbij. Wie zichzelf op de vingers tikt omdat hij te veel chocolade heeft gegeten en zich daardoor niet aan zijn dieet heeft gehouden, is niet zorgend maar streng voor zichzelf. Als je hele zijn hunkert naar pizza’s eten en Netflix kijken, go for it! 

Zorg voor elkaar. De mythe van de zelfzorg is dat we door onze focus op zelfzorg, onszelf de verantwoordelijkheid ontzeggen voor anderen te zorgen. Draag zelf niet bij tot een cultuur waarin het bewonderingswaardig is de hele vakantie gewerkt te hebben en Smartschool Live vergaderingen te houden tot 23 uur. Spreek collega’s die dat wel doen erop aan. Luister empathisch wanneer je iemand hoort zeggen dat het even niet meer gaat en bewaak samen elkaars grenzen. Die zijn bij iedereen anders.

Heel veel succes aan alle leraars, directeurs, ondersteuners en opvoeders. Jullie zijn helden, zeker als je je cape ook aan de kapstok kan hangen. 

Lisa

Vragen over coronderwijs? Op www.begeleiderszondergrenzen.be wordt je vraag beantwoord en gefacktcheckt door een van de vele experten en begeleiders die zich vrijwillig aanmeldden. Niet aarzelen!

Prof. Elke Van Hoof over psychische problemen tijdens de verlengde lockdown in De Morgen van 14/04/2020, interview door Freek Evers. ‘Wees trots dat je een uurtje bent gaan wandelen’: het zijn banale dingen die vandaag houvast bieden.

Katrijn Van Bouwel voor Charlie Magazine van 22/05/2019. Zelfzorg in gezeik.

Delen om te vermenigvuldigen

Lees meer

Gezocht: innovatieve leraar

26/10/2019

Professionalisering

Gezocht: innovatieve leraar

Het grote lerarentekort is een pittige uitdaging voor veel scholen. Collega’s vallen uit en een vervanger voor hen zoeken is een lastige zaak. Soms weten directeurs dat een leerkracht onvoldoende presteert, maar is het niet aan de orde een gesprek aan te gaan over een verbetertraject, want zijn functie is een knelpuntberoep. Het motto lijkt: “Eender wie is goed genoeg!”

Ik denk dat het anders kan. Ik werd geïnspireerd door twee afleveringen van Buiten De Krijtlijnen: Teach For Belgium biedt een coachingstraject aan voor nieuwe leerkrachten die zich inzetten om ongelijkheid weg te werken in grootstedelijke scholen. Stroom is een van de nieuwe scholen in Vlaanderen die met een vers lerarenkorps en een innovatief pedagogisch project startte. Beiden vragen veel van hun leerkrachten en deelnemers: hard werk, reflectief vermogen, flexibiliteit en duidelijke visie. Beiden hebben een strenge selectieprocedure en moeten steeds kandidaten weigeren.

Misschien moeten we anders communiceren. Niet: ‘Het maakt niet uit wie je bent of wat je kan, als je ons maar uit de nood helpt!’, maar:

Wie zoeken we?

  • iemand met veerkracht en flexibiliteit. Wij startten met een innovatieve aanpak omdat we merkten dat onze didactiek niet voldeed om ons publiek aan het leren te zetten. Maar geen enkele methode is perfect en we zijn nog intensief aan het zoeken. Dat betekent dat wij op het laatste moment iets aanpassen, vaak vallen en weer opstaan en elkaar wijzen op fouten – net zoals we elkaar steunen en opvangen.
  • een samenwerker, iemand die open en direct communiceert.
  • een collega die wil bijleren, die niet bang is om feedback te geven of te ontvangen en zichzelf voortdurend in vraag te stellen.
  • iemand die het gewoon is om met grote groepen te werken en stevig in zijn / haar schoenen staat. Onze leerlingen zullen er wel voor zorgen dat het lesgeven nooit vanzelfsprekend wordt.

Wat bieden we?

  • je maakt deel uit van een team dat voortdurend reflecteert over haar onderwijs en elkaar steunt en begeleidt.
  • een innovatief schoolklimaat.
  • een leerschool over effectief onderwijs.

Dit wordt geen gemakkelijke manier om een extra centje te verdienen. Dit wordt een leertraject. We verwachten dan ook een stevige inzet, maar onze leerlingen verdienen niets minder.

Lisa

Delen om te vermenigvuldigen

Lees meer

De winnaars van inclusief onderwijs

06/10/2019

Inclusief Leren

De winnaars van inclusief onderwijs

Leraars en ouders van kinderen die inclusief onderwijs volgen wachten nagelbijtend af: op welke manier zal het nieuwe begeleidingsdecreet verschillen van het M-decreet? Akkoord, dat decreet heeft niet geleid heeft tot kwalitatief inclusief onderwijs en is aan grondige hervorming toe. Vorig jaar schreef ik mijn frustratie van me af in een stuk dat ik de titel ‘De slachtoffers van het M-decreet’ gaf. Ik was net mijn vijfde leerling van dat schooljaar verloren. Dat is in de realiteit bijna even dramatisch als het klinkt: vorig schooljaar zijn er vijf leerlingen in mijn klas terechtgekomen die door een gedrag- of leerprobleem aangepast onderwijs nodig hadden en aan wie we dat niet konden geven. Ik geloof dat mijn school alles gedaan heeft om hen dat te bieden, maar de vele vergaderingen, procedures en verslagen hebben het niet mogen baten. De manier waarop expertise en aangepaste begeleiding gebundeld worden in externe ondersteuningscentra, werkt niet.

Ik heb niets gedaan met de tekst die ik toen schreef. Ten eerste omdat het bijzonder bitter en weinig constructief was. Ik wil geen enkele CLB-medewerker of ondersteuner kwetsen, velen onder hen weten ook niet meer wat mag en wat niet. Ten tweede omdat ik niet wou overkomen als een criticaster van inclusief onderwijs. Mensen die me kennen, weten dat ik al tijdens mijn vrijwilligerswerk op het speelplein de grootste inclusiefan ben. Simpel gezegd is inclusie op school: excellent onderwijs voor iedereen, ongeacht de achtergrond of noden van een kind. Het is dus geen holle slogan over hoe iedereen gelijk en welkom is, het is een investering van expertise en middelen met als doel een volwaardige participatie van de meest kwetsbare mensen in onze samenleving.

Ooit werd co-teaching uitgevonden als methode voor inclusief onderwijs. Een leraar geeft les samen met een expert in leerproblemen, zoals een logopedist, een zorgondersteuner, een leerlingbegeleider of een leerkracht buitengewoon onderwijs. Bovendien organiseren veel Vlaamse en Brusselse scholen hun lessen tegenwoordig via teamteaching, door twee of meerdere reguliere leerkrachten samen te laten lesgeven. Ik doe het zelf al vier jaar en ervaar elke dag hoe we daardoor de brede basiszorg en verhoogde zorg gerichter kunnen bieden. Vorige week bezochten drie leerkrachten uit Montréal, Canada ons land om in Brussel en Luik scholen te bezoeken waar men teamteacht. Je mag die informatie even goed opnemen: blijkbaar ziet men België als een gidsland op dat vlak, het Finland van co-teaching. We bezochten samen klassen van een lagere en secundaire school, praatten met de leerkrachten en directies en hoorden een moeder van een jongen met specifieke noden. Co-teachen en teamteachen kan ingezet worden voor sterk inclusief onderwijs, maar wel onder deze voorwaarden:

  1. Men moet voldoende toegang hebben tot expertise en het liefst van al maakt een expert deel uit van het team. Vandaag werken de experten bij ondersteunings-netwerken die de leerkrachten tips kunnen geven, maar de samenwerking moet veel intensiever en op maat van het kind en de concrete leerstof. De expert moet een kind volgen gedurende zijn schoolcarrière en hem begeleiden vanaf de eerste schooldag. Ik hoorde ooit van een blind meisje dat in en reguliere school maanden moest wachten op aangepast materiaal, niet omdat de school het niet wou aanbieden, maar omdat ze de expertise niet hadden en de procedure om ondersteuning aan te vragen, duurde lang. Als ik dit hoor, krijg ik kippenvel.
  2. De ondersteuning gebeurt op het niveau van de leerling. De expert draagt de verantwoordelijkheid de leerstof aan te passen aan de noden van het kind en begeleidt het kind intensief. Bovendien draagt in een ideale situatie de expert verantwoordelijkheid over de klas, samen met de leraar en ondersteunt hij bij algemeen klasmanagement en leren. Vandaag is de reguliere leerkracht eindverantwoordelijke voor zijn klas, inclusief alle leerlingen die een aangepaste didactiek nodig hebben. Niemand houdt dat vol.
  3. Ook leraars moeten begeleid worden en dat kan wanneer de expert en de leraar intensief samenwerken. Aanpassingen voor een leerling met een leerstoornis komen vaak de meerderheid van de klas ten goede. Zo heeft een kind met autisme nood aan structuur, wat geldt voor de meerderheid van kinderen en jongeren. De expert kan de leraar daarin begeleiden. Vandaag werken de ondersteuners vraaggestuurd en moet een leraar een zelf via kafkaiaanse procedures bewijzen dat het kind ondersteuning nodig heeft. Een leraar is niet opgeleid om zorgnoden te analyseren, laat staan duidelijk te formuleren waar het kind nood aan heeft. Hier komt de expertise van een ander aan te pas. Een noodkreet van een leraar (“Dit kind heeft hulp nodig die ik niet kan geven!”) zou voldoende moeten zijn om er meteen mee aan de slag te gaan.
  4. Ouders zijn volwaardige partners van het team en de samenwerking moet intens zijn. Zij kennen hun kind het beste en kunnen veel advies geven over wat hun zoon of dochter nodig heeft en wat hen kan motiveren. Geen enkele keuze kan gemaakt worden zonder hen daarbij te betrekken. Ouders die wel of niet voor inclusie kiezen, doen dat meestal vanuit een visie. We mogen hen niet zien als de lastposten die de beperkingen van hun kind niet zien, wel als mensen die de best mogelijke opvoeding willen.
  5. Inclusief onderwijs lukt alleen wanneer kinderen met noden volwaardig participeren in de klas. Het aangepaste onderwijs gebeurt dus niet tijdens een privé-sessie in een lokaaltje tijdens de speeltijd, het gebeurt in de klas, op de speelplaats, in de refter, op uitstap, …

En zo kennen we op school ook een aantal winnaars van inclusie. Toffe jongeren die schoollopen met een vaste begeleider, die deelnemen aan zo goed als alle lessen, met ouders die meer dan actief deelnemen aan het schoolgebeuren en waar er eentje binnenkort van afstudeert. Net zoals er niets pijnlijker is als een leerling niet kunnen helpen, zo iets er niets mooier dan een jongere zien schitteren. Jammer genoeg zijn deze jongeren winnaars dankzij de ouders en de leerkrachten, die zich meer dan 100% inzetten. Zij verdienen meer steun en ja, dat kan alleen met meer middelen.

Lisa

Delen om te vermenigvuldigen

Lees meer

Verslaafd aan de “why”.

29/09/2019

Professionalisering

Verslaafd aan de "why"

Eerst de ‘WHY’, daarna pas de ‘HOW’, hoor je op elke workshop over veranderprocessen. Akkoord, al is een krachtige waarschuwing van Tjip de Jong me bijgebleven. We zijn verslaafd aan visieontwikkeling, actieplanning en procesbeschrijving. 

Ik zeg niet dat visie onbelangrijk is. Meer nog, teamteaching is nooit een doel, altijd een methode om een doel te bereiken. Het is belangrijk dat doel scherp te stellen om de resultaten te kunnen evalueren. Maar daarna gaat een even belangrijk proces van start, dat we soms onder de mat vegen als ‘minder belangrijk, want praktisch’: hoe gaan we dat verwezenlijken?

Ik ben er meer en meer van overtuigd dat je niet kan teamteachen zonder randvoorwaarden: tijd voor kennismaking, een feedbackcultuur tussen de teamteachers, een gedragen verdeling van verantwoordelijkheden, concrete afspraken en klasregels, een groot klaslokaal, middelen om in de infrastructuur te investeren, flexibiliteit in lessenroosters voor evaluatie, schroevendraaiers om kasten in elkaar vijzen en een lamineertoestel voor stappenplannen, … Een algemeen schoolbeleid en -team dat het co-teaching steunt, dus.

Ik bezocht gisteren een lagere school in Anderlecht waar de teamteachers twee schooljaren hadden gekregen om te lezen, te leren, te overleggen en andere scholen te bezoeken. Het resultaat was niet alleen een visietekst, maar evenzeer een kant-en-klaar klaslokaal waar meer dan 30 kinderen rustig kunnen leren, aangepaste meubels, een differentiatie- en verbetersysteem en didactisch materiaal met duidelijke instructies voor de leerlingen.

Dus collega’s: wie van z’n directeur hoort dat hij volgend jaar zal teamteachen binnen een revolutionair nieuwe structuur, met alleen een visietekst als ondersteuning: denk twee keer na voor je het doet. En eis tijd voor de HOE

Lisa

Delen om te vermenigvuldigen

Lees meer